Natuurinclusieve transformatorhuisjes

Natuurinclusieve transformatorhuisjes

Transformatorhuisjes en laagspanningsstations hoeven in de toekomst niet langer een negatief effect op de natuur te hebben. Het kunnen plekken worden waar de natuur terug kan keren en zichzelf kan versterken of zelfs een verbinding kan vormen tussen natuurlijke elementen.

De groeiende vraag naar energie door bedrijven en persoonshuishoudens zorgt voor een toename van het aantal laagspanningsstations en transformatorhuisjes in de openbare ruimte. Zowel in bestaande wijken als in nieuw te ontsluiten wijken. Deze bouwopgave vloeit voort uit de energietransitie en biedt een unieke kans om technische infrastructuur te verbinden met natuurinclusieve maatregelen. Zo kunnen alle laagspanningsstations en transformatorhuisjes gezamenlijk het verschil maken voor de biodiversiteit in Nederland. 

Shortlist natuurinclusieve maatregelen

Samen met Collectief Natuurinclusief en Studio Earthrise hebben we de shortlist natuurinclusieve maatregelen voor laagspanningsstations (LS-stations) ontwikkeld. Deze shortlist bevat oplossingen die in ecologisch opzicht waardevol zijn, goed passen in hun omgeving en technisch én operationeel haalbaar zijn.  

De shortlist bestaat uit 10 unieke maatregelen (verwerkt in factsheets) met elk een score voor ecologie, sociaal, operationeel en kosten. De shortlist geeft aan dat er veel potentie is om laagspanningsstations in het stedelijk gebied natuurinclusief in te richten. Hiervoor zijn mogelijkheden tot standaardisatie, zowel in overleg met de leverancier voor maatregelen aan het gebouw, als op het maaiveld rondom de stations. 

In gesprek met netbeheerders

Is er voldoende draagvlak voor het doorvoeren van natuurinclusieve maatregelen op, aan of bij transformatorhuisjes? Om hier zeker van te zijn heeft Studio Earthrise met de netbeheerders gesproken en hebben we samen een werksessie gehouden. Uit die gesprekken blijkt dat netbeheerders afhankelijk zijn van de leveranciers van de huisjes als het gebouw fysiek moet worden aangepast. Denk hierbij aan aanpassingen aan het dak of de gevel. Een ander inzicht was dat sommige natuurinclusieve maatregelen beter kunnen worden toegepast op of aan andere gebouwen in het stedelijk gebied. Bijvoorbeeld als gevolg van ruimtegebrek of vanuit ecologisch standpunt (op veilige hoogte tegen predatoren). 

De komende tijd worden er in Nederland zo’n 500 nieuwe laagspanningsstations per jaar gerealiseerd. Omdat de netbeheerders maar drie leveranciers hebben voor deze stations, biedt dit een unieke gelegenheid om afspraken te maken over standaardisatie. Hierdoor wordt het voor netbeheerders makkelijker om natuurinclusieve maatregelen toe te passen.  

Die maatregelen kunnen grootschalig toegepast worden (op meerdere type stations) en zowel in ecologisch als sociaal opzicht een aanzienlijke impact hebben. Door de groeiende bouwopgave is investeren in standaardisatie rendabel, omdat het aantal transformatorstations dat gebouwd moet worden in stedelijk gebied hoog is.  

Bestaande wijken versus nieuwbouwwijken

In bestaande wijken is geen rekening gehouden met deze nieuwe transformatorhuisjes. Hier moet dus een deel van de openbare ruimte voor worden opgeofferd. Dit kan groen zijn, maar ook parkeerplaatsen of delen van een trottoir. In nieuwbouwwijken zijn nog mogelijkheden om dit inpandig op te lossen, of door natuurinclusieve oplossingen bij, aan of op de huisjes van tevoren in te passen in het landschap. In alle gevallen gaat het ten koste van de (openbare) ruimte en juist in stedelijk gebied is de openbare ruimte te schaars om slechts één functie te dienen. Natuurinclusieve transformatorhuisjes kunnen dan een oplossing zijn, zeker als ze daarnaast ook een sociale functie hebben. 

Afstemming met stakeholders

Om tot een samenhang tussen natuurinclusieve maatregelen te komen, is per project afstemming nodig met de gemeente, als eigenaar van de grond, en met andere stakeholders zoals (particuliere) grondeigenaren, de leveranciers van de huisjes en netbeheerders. Op die manier treft elke partij de maatregelen die passen bij hun objecten, werkzaamheden en verantwoordelijkheden.   

Of de natuurinclusieve maatregelen voor de huisjes haalbaar zijn, is afhankelijk van:  

  1. De mate waarin de netbeheerder zelfstandig beslissingen hierover kan nemen.
  2. Het afstemmen van de maatregelen met de leveranciers van de huisjes. Waar geen overleg nodig is met de leveranciers van de huisjes kan binnen de netbeherende organisaties op korte termijn gestart worden met standaardisatie, mits er voldoende draagvlak is.
  3. De houding van de betreffende gemeente met betrekking tot de te nemen maatregelen. Netbeheerders hebben vaak niet genoeg ruimte rondom transformatorhuisjes voor het nemen van grote maatregelen, maar kunnen wel meedenken en adviseren. 

Ben je benieuwd welke maatregelen we voorstellen om laagspanningsstations en transformatorhuisjes natuurinclusief te maken? Bekijk dan het achtergrondrapport. 
 

Achtergrondrapport

Meer weten?

<>
<>