Sanering Lobroekdok

Klassieke parameters

Sanering Lobroekdok

Bij de aanleg van de Oosterweelverbinding wordt een deel van het Lobroekdok ingenomen door weginfrastructuur. Omdat een potentieel verspreidingsrisico (aantasting Albertkanaal) niet kon uitgesloten worden, werd een bodemsanering van de gemengde verontreiniging met minerale olie, zware metalen en polycyclische aromatische koolwaterstoff en in de waterbodem uitgevoerd. 

Deze sanering werd begeleid door Witteveen+Bos.

Voorafgaand aan de start van de baggerwerken werden de nog aanwezig schepen verwijderd. Sommige werden weggesleept, andere selectief gesloopt. Verder werden volgende milieumaatregelen voorzien: aanbrengen van drijfl ichamen en olieabsorberende schermen, voorzien van luchtgordijn, verwijderen drijvend afval en afsluiten doorgang IJzerlaankanaal.

Op basis van de kwaliteit/samenstelling van de specie en de verwerkbaarheid, werden verschillende deelzones gedefi nieerd en de bestemming van de het slib bepaald.

Dredging campaigns 1 to 7 were carried out using a large clamshell grab to remove the thickest sludge layers. Although the amount of collected water was limited, a loss factor of approximately 15% was taken into account (barge volume to in-situ volume factor of 0.85).

During dredging campaigns 8 to 10, the remaining thinner sludge layers were removed. A smaller clamshell grab was used for the thicker remaining layers (> approx. 100 cm), a backhoe bucket for thinner layers (< approx. 100 cm) and slopes, and a dredge pump where appropriate. The most suitable technique was selected each time to clean the dock efficiently. The efficiency of sedimentation of suspended solids in barges was also evaluated.

Baggercampagnes 1 tem 7 werden uitgevoerd met een grote poliepgrijper om zo de grootste diktes slib te verwijderen. Niettegenstaande de hoeveelheid opgehaald water eerder beperkt is, hielden we toch rekening met een ‘verlies’ van circa 15 % (factor beunvolume tov in-situ volume van 0,85).

Tijdens baggercampagnes 8 tot en met 10 werden de resterende volumes van beperkte dikte verwijderd. Dit werd deels uitgevoerd met een kleinere poliepgrijper voor de grootste resterende diktes (> circa 100 cm), deels met een retrobak voor de beperktere diktes (< circa 100 cm) en de taluds en deels met een baggerpomp. Steeds kozen we voor de meest aangewezen techniek voor het ‘schoonmaken’ van het dok. Tevens werd de effi ciëntie van een bezinking van de zwevende stoff en in beunbakken geëvalueerd.

Meer weten?

<>