De invloed van elektromagnetische velden op vissen
De invloed van elektromagnetische velden op vissen
Annemiek Hermans heeft haar PhD naar de effecten van elektromagnetische velden op haaien en roggen afgerond. Zowel vanuit haar projecten bij Witteveen+Bos als haar onderzoek bij Wageningen University & Research (WUR) komt Annemiek regelmatig in contact met Niels Kinneging. Niels is bij Rijkswaterstaat verantwoordelijk voor Descriptor 11 uit de Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KRM). Dit is Europese wetgeving ter bescherming van de ecosystemen en biodiversiteit van oceanen, zeeën en kusten.
Descriptor 11 (D11) gaat over het toevoegen van energie in water, zoals bijvoorbeeld gebeurt bij (het aanleggen van) windparken en kabels. Dat resulteert onder meer in onderwatergeluid en elektromagnetische velden (EMV). Met zijn natuurkundestudie en fascinatie voor geluid als achtergrond was deze opdracht Niels op het lijf geschreven, toen hij er in 2013 bij betrokken raakte. Niels: ‘D11 is in 2008 als laatste onderwerp aan de KRM toegevoegd en is daarmee relatief nieuw. Dat betekent dat er eerst veel kennis ontwikkeld moet worden, voordat je natuurbeschermende maatregelen kan bedenken. Die kennisontwikkeling gebeurt wat mij betreft bij voorkeur in de gouden driehoek: overheid samen met kennisinstellingen en universiteiten, en marktpartijen. Kennis en ervaring moet van de een naar de ander stromen en dat is wat ik probeer aan te jagen.’
Kinderschoenen
De kennisontwikkeling voor D11 begon bij het onderwerp onderwatergeluid. Daar zijn elektromagnetische velden later aan toegevoegd. Het EMV-kennisgebied staat nog in de kinderschoenen. Annemiek: ‘Bij Witteveen+Bos mocht ik rond 2019 de groep Mariene ecologie opzetten. Toen moesten we natuurlijk op zoek naar opdrachten om onze portfolio mee op te bouwen. We hadden aan Rijkswaterstaat (RWS) een offerte uitgebracht voor onderzoek naar impulsgeluid. Die opdracht ging niet naar ons, terwijl we heel erg ons best hadden gedaan om op de vraag aan te sluiten. Daarom heb ik contact gezocht met Niels, om te begrijpen wat we een volgende keer beter zouden kunnen doen. Toen bleek dat de inhoud wel goed was, maar dat we het op tarief verloren hadden.’
Onderzoeksonderwerp
Daarmee was wel het lijntje gelegd en er volgden andere opdrachtmogelijkheden. Niels: ‘Dat EMV zou worden toegevoegd aan D11 voelde ik al enige tijd aankomen en het leek mij goed als Nederland het voortouw zou nemen in die kennisontwikkeling. Ik heb Annemiek gevraagd om een adviesrapport hiervoor te schrijven.’ Het leidde tot opdrachten voor haar groep bij Witteveen+Bos, die naast geluid nu ook over EMV gaat. En het bood een bijzonder onderzoeksonderwerp voor haar promotietraject bij WUR.
Domeinkennis
Het onderzoek naar vissoorten die gevoelig zijn voor elektrische en magnetische velden en de gevolgen van de aanleg van windparken en stroomkabels op het mariene milieu heet ElasmoPower. Dat wordt uitgevoerd door een consortium waar ook Witteveen+Bos deel van uitmaakt. Niels heeft zitting in de stuurgroep, en is daarmee een goede sparringpartner voor Annemiek: ‘Hij heeft ontzettend veel domeinkennis over zijn dossier en dat is bijzonder in een organisatie waar kennis vaak geoutsourcet is. Zijn combinatie van technische en ecologische kennis is wel uniek.’ Niels: ‘Het klopt dat ik door de inhoud word gedreven. Daarom ben ik na een loopbaan van 40 jaar nog steeds met geluid bezig. Het verveelt nog steeds niet. Die vrijheid heb ik bij Rijkswaterstaat altijd gekregen. Er is veel bereikt op het gebied van geluidsonderzoek, daar ben ik ook echt tevreden over, maar we zijn er nog lang niet.’
Annemiek: ‘Soms denk ik dat het traag gaat, maar als je dan omkijkt zie je dat er al best veel is gebeurd. Wat enorm helpt, zeker ook in een niche-onderwerp als dit, is dat je kan samenwerken met iemand bij wie je kan zeggen wat je echt denkt. Die zo nodig ook kritisch kan zijn op de inhoud. Dit is het soort duurzame relaties dat we ook vanuit Witteveen+Bos nastreven, want op die manier kom je sneller tot de kern.’
Achtergrond
In de Noordzee komen 145 verschillende soorten vissen voor, waaronder haaien en roggen, zogenaamde elasmobranchen. Elasmobranchen hebben een bijzonder zintuig (de ampullen van lorenzini) waarmee zij gevoelig zijn voor elektriciteit en magnetische velden. Ze hebben een beschermde status. Omdat er op de Noordzee veel windparken aangelegd gaan worden, is er extra aandacht voor deze soorten en de mogelijke negatieve effecten van windparken op hun habitat.
Haaien en roggen kunnen last hebben van door de mens gegenereerde elektromagnetische velden. Die worden veroorzaakt door elektriciteitskabels van de windturbines en de kabels vanuit de windparken naar het vaste land. EMV’s kunnen invloed hebben op gedrag, migratie, het vinden van voedsel en de voortplanting van een soort. Omdat nog niet bekend is wat die gevolgen zijn, wordt daar onderzoek naar gedaan.
Rijkswaterstaat werkt met onder andere de Wageningen University & Research, TenneT en Witteveen+Bos aan het meerjarige ElasmoPower-project, waarin de effecten van EMV’s op kraakbeenvissen, haaien en roggen wordt onderzocht. ElasmoPower wordt gefinancierd vanuit de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek met onder andere bijdrages vanuit het overheidsprogramma Wozep (het Windenergie op zee ecologisch programma). We dragen vanuit Witteveen+Bos op meerdere manieren bij aan Wozep, bijvoorbeeld via het datastewardshipprogramma, waarin allerlei onderzoeksdata gestructureerd worden vergaard en ontsloten.
Meer informatie