Gepubliceerd op 12 maart 2018

Ontwikkeling duurzame ontwerpprincipes

Zo’n tien jaar geleden begon de Nederlandse ingenieursbranche met het ontwikkelen van instrumenten om duurzaamheid in uitvoering en ontwerpen te kunnen meten en meenemen. Duurzaamheid was voor velen een containerbegrip en de behoefte aan een heldere definiëring was groot. Het resulteerde in vele ‘wielen’ met duurzaamheidsthema’s, die een handvat boden om een integrale afweging te kunnen maken binnen bouwprojecten en ontwerpen. De thema’s kwamen in eerste instantie voornamelijk uit het fysieke domein, zoals water, bodem, lucht en natuur, en enkele uit het sociale domein, zoals veiligheid.

Zoektocht naar de juiste aanpak
Witteveen+Bos startte de zoektocht naar invulling van duurzaamheid samen met een aantal Europese partners in het programma Sustainable Cities, waarbinnen een kader voor duurzame stedelijke ontwikkeling werd ontwikkeld. Al gauw merkten de partners dat de verleiding tot versimpeling groot was - een instrument moet ook in de praktijk hanteerbaar zijn, zonder een onderzoeksproject op zich te worden - en het aantal thema’s schier oneindig. Tel daarbij op de natuurlijke neiging van een ingenieur om alle (potentiële) effecten nauwkeurig te meten en de kans op mislukking is groot. Gaandeweg besloot Witteveen+Bos haar mogelijke bijdrage aan het oplossen van grote globale uitdagingen niet in thema’s, maar in principes te vertalen: de duurzame ontwerpprincipes, ook omdat het maken van ontwerpen ‘core business’ van een ingenieursbureau is.

De principes zelf baseerden we op de principes van duurzame ontwikkeling, zoals die in 1992 werden geformuleerd op de  VN-conferentie inzake Milieu en Ontwikkeling (ook wel Earth Summit genoemd). Voor de toepassing van de principes van Rio werden de Millennium Development Goals en later de Sustainable Development Goals (SDGs) ontwikkeld, allebei van de Verenigde Naties. De link tussen de duurzame ontwerpprincipes en de werelddoelen is dus het streven naar duurzame ontwikkeling.

De duurzame ontwerpprincipes dagen uit ontwerpen te maken die een zo groot mogelijke positieve impact hebben op het welzijn van mensen. Dat klinkt eenvoudig, maar de kunst voor ingenieurs is om zódanig te ontwerpen, dat niet in de marge van de positieve welzijnseffecten, onbedoelde negatieve effecten ontstaan. Dat gevaar ligt constant op de loer, omdat vaak de ontwerpopgave versimpeld wordt tot een enkelvoudige doelstelling, om het ontwerpproces behapbaar te houden. Het is dus zaak om scherp te blijven op alle thema’s, want het venijn van onbedoelde neveneffecten is dat we ze van te voren vaak niet aan zien komen.

Ontwerpen is vooruitzien en kiezen
Ontwerpen is met een vooruitziende blik keuzes maken. Tijdens het ontwerpproces worden maatregelen bedacht om een probleem op te lossen waardoor het welzijn toeneemt. Dit is een creatief, doch gestructureerd proces bestaande uit:

  • een probleemanalyse: wat is het probleem? wat staat ons welzijn in de weg? welke doelen willen we met een project bereiken?
  • een systeemanalyse: hoe ontstaat het probleem? aan welke knoppen kunnen we draaien om de oorzaak van het probleem weg te nemen?
  • een functieanalyse: welke functies moet het ontwerp vervullen om het probleem op te lossen?
  • een variantenstudie: op welke verschillende manieren kunnen de functies vervuld worden? welke fysieke objecten zijn daarbij nodig? wat zijn de dimensies van die objecten?
  • een effectenstudie: wat zijn de positieve welzijnseffecten van alle varianten? hebben de varianten ook onbedoelde negatieve welzijnseffecten? en wat zijn de kosten van de varianten?

Tijdens het ontwerpproces geldt: kiezen doen we op basis van verwachte welzijnseffecten. En maatregelen opsporen die gunstige effecten hebben: daarvoor hebben we onze zeven duurzame ontwerpprincipes. Elk principe heeft een eigen invalshoek. Elk principe voegt iets toe aan de andere zes principes. Welke principes relevant zijn, hangt af van het ontwerpvraagstuk.

Geen kwaliteit zonder duurzaamheid
De duurzame ontwerpprincipes zijn bij Witteveen+Bos onderdeel van het kwaliteitssysteem. Dat betekent dat iedere projectleider in zijn of haar projectplan moet aangeven hoe de principes zijn afgewogen en wat daarvan het resultaat is. Dit ‘comply-or-explain’-principe heeft ertoe geleid dat de duurzame ontwerpprincipes bij de meeste Witteveen+Bos-medewerkers bekend zijn (uit de laatste meting is gebleken dat 80 % van de medewerkers de principes kent en 40 % deze in 2017 heeft toegepast). In de praktijk betekent dit in eerste instantie een extra denkproces: voor alle principes moet beoordeeld worden of ze toepasbaar zijn in het uit te voeren project. Uiteindelijk zal dit denkproces een vanzelfsprekendheid of conditionering worden. Zo dwingen wij onszelf voortdurend om - samen met opdrachtgevers, partners en andere stakeholders - op zoek te gaan naar het beste, gewapend met de duurzame ontwerpprincipes als leidraad om het goede te doen.

Deel deze pagina