Trots op onze roots

Op 1 januari 1946 werd 'Stedebouwkundig advies- en ingenieursbureau Witteveen en Bos c.i.' opgericht door de ingenieurs W.G. (Willem) Witteveen (1891-1979) en G.S. (Goosen) Bos (1908-2004).

Willem Witteveen werkte van 1924 tot 1945 in Rotterdam als chef Stadsuitbreiding en gebouwen, stadsarchitect, directeur Stadsontwikkeling, directeur van de Gemeentelijke Technische Dienst en als directeur van het Adviesbureau Stadsplan Rotterdam. Goosen Bos heeft na zijn opleiding Weg- en Waterbouw aan de Technische Hogeschool Delft vier jaar gewerkt bij de Publieke Werken Amsterdam en zes jaar bij de gemeente Enschede. Hij maakte het ontwerp voor het centraal rioolstelsel van Enschede en de destijds grootste rioolwaterzuiveringsinstallatie van ons land.

Toeval en chemie spelen een rol bij de eerste ontmoeting tussen deze twee heren. Op enig moment eind 1945 kreeg Witteveen van een wederzijdse kennis het advies om eens met Bos te gaan praten. Bos spreekt later zelf over een ongeloofwaardig verhaal: 'Een halve dag na dit advies ontmoetten de bekende stedenbouwer en de volstrekt onbekende, zeventien jaar jongere civiel ingenieur elkaar, en in een uurtje praten na de lunch, was het besluit genomen een maatschap aan te gaan tot het gezamenlijk opzetten van een ingenieursbureau voor de stedenbouw en publieke werken.'

Het maatschapscontract was een enkel A4-tje en heeft twaalf jaar stand gehouden tot 1 januari 1958, toen Witteveen met pensioen ging. Vertrouwen en betrouwbaarheid vormden de basis voor een succesvolle samenwerking. Toen en nu nog.

Bos was tot 1976 actief binnen ons bureau. Hij was een man met een duidelijke missie: 'Wij werken om te helpen dat de mensen veilig kunnen wonen'. Daarnaast voelde hij zich een echte technicus 'die werkt in het spanningsveld van twee verantwoordelijkheden: de verantwoordelijkheid tegenover de opdrachtgever en de verantwoordelijkheid tegenover de maatschappij waarvan wij deel uitmaken’. Techniek was zijn lust en zijn leven en de wijze waarop hij met zijn vak bezig was, geldt voor velen van ons nog steeds als een inspirerend voorbeeld.

Via Witteveen kwam in 1946 het eerste project binnen: het ontwerp van de Prins Bernhardsluis voor de nieuwe haven in Deventer. In een kapitale villa van de moeder van de inmiddels aangenomen Frits Meijer hielden de heren kantoor

Fasen van ontwikkeling

De eerste jaren hadden alle kenmerken van de naoorlogse pioniersfase. Tekeningen werden op tekentafels gemaakt en voor berekeningen gebruikten we rekenschuiven. Toezichthouders reden op hun fiets langs de projecten. Het was een fase waarin het werk letterlijk ‘gegund’ werd aan de deskundige ingenieurs en adviseurs Witteveen en Bos omdat zij goed waren in hun vak. In de jaren daarna liften we mee op de vooruitgang in Nederland en kenden we een fase van sterke groei. Witteveen en Bos grepen de kansen die er waren voor andersoortige projecten met beide handen aan en gingen onder andere werken aan rioolwaterzuiveringen.

De ontwikkelingen in de maatschappij zagen we binnen de organisatie terug. De fase van democratisering in de jaren zestig bracht ons de eerste Kontaktraad, die later de Ondernemingsraad werd. In projecten ontstond nog wel eens miscommunicatie tussen projectleiders en tekenaars (binnen) en de opzichters (buiten). Daarom werd het Technisch Kontakt Beraad gehouden: twee keer per jaar een vast ontmoetingspunt om de contacten te verbeteren, inhoudelijke kennis te delen en organisatieontwikkelingen te bespreken. Nu nog is de TKB een begrip en een zeer goed bezochte interne netwerkbijeenkomst.

Eind jaren zeventig werd de wereld internationaler en kregen wij ons eerste kantoor buiten Nederland door het Nedeco-kantoor in Jakarta over te nemen. De opdracht voor de landaanwinning van Ancol was de eerste in een lange rij landaanwinningsprojecten in Indonesië.

Begin jaren tachtig waren het economisch lastige tijden en de concurrentie werd steviger. We groeiden in die tijd van 200 naar 300 medewerkers. Onze interne organisatie professionaliseerde door de nieuwe PMC-structuur met drie sectoren: Milieu, Infrastructuur en Gebouwen. Hiermee werd het ondernemerschap laag in de organisatie gelegd.

In 1992 werd de maatschap Witteveen+Bos omgebouwd tot vennootschap met alle aandelen bij de medewerkers. De daaropvolgende periode van economische groei bood mooie kansen door onder andere grote infraprojecten zoals de Noord/Zuidlijn. Met deze groei professionaliseerde ons bedrijf verder. We kregen de eerste bedrijfscode en een volledig herschreven Kwaliteitshandboek.

De sterke globalisering van het afgelopen decennium bracht Witteveen+Bos in een fase van snelle internationalisering. We verwierven opdrachten in Kazachstan en openden er drie kantoren. Ook zijn we nieuwe kantoren gestart in onder andere Antwerpen (2009), Singapore (2014), Dubai (2014), Londen (2015) en Ghana (2016). In mei 2015 sloot het Belgische MAVA zich bij Witteveen+Bos aan.

Wie zijn verleden kent, is klaar voor de toekomst!

Sterke basis vanuit het verleden

Witteveen+Bos is inmiddels uitgegroeid tot een wereldwijd netwerk met ruim 1.100 experts, actief in 11 landen. Vanuit onze sterke basis, ons DNA, onze strategie en bedrijfsdoelen willen we verder groeien als wereldwijd geïntegreerd bedrijf met een duurzaam en innovatief profiel. Ook de komende decennia willen wij een betrokken en interessante werkgever, opdrachtnemer en projectpartner zijn bij het oplossen van toekomstige maatschappelijke uitdagingen.