Centrale slibvergisting

Stap naar voren in de energietransitie

Centrale slibvergisting

Rioolwaterzuiveringen dragen hun steentje bij aan de energietransitie door slib te vergisten tot biogas. Na opwaardering kan dit als groengas worden ingevoed in ons aardgasnetwerk. Door centralisatie kunnen waterschappen dit proces efficiënter inrichten. Witteveen+Bos werkt aan twee grootschalige projecten op dit gebied.

De productie van groengas is de laatste jaren hoger op de politieke agenda geplaatst. Dat heeft grotendeels te maken met de gestegen afhankelijkheid van gasimport in een onzeker geopolitiek speelveld, maar ook met de EU netto reductiedoelstellingen van broeikasgassen.

Dat biedt kansen en mogelijkheden voor producenten van groengas, waaronder waterschappen, om hun bedrijfsvoering te verduurzamen, bij te dragen aan de netzero- en circulaire ambities in Nederland en er ook nog financieel garen bij te spinnen, afhankelijk van de marktvraag. Niet voor niets sprak de Unie van Waterschappen in 2022 de ambitie uit om de biogasproductie te verhogen van 145 miljoen m³ naar 175 miljoen m³ in 2030, waarvan minimaal drie kwart groengas.
 

Centrale aanpak

De vraag is: hoe gaan waterschappen deze opgave aanvliegen? Dat ligt deels in de technologie-ontwikkeling - efficiëntere processen - en deels in de organisatie besloten. Slibvergisting vindt vanuit de historie gesegmenteerd plaats waarbij rwzi’s vaak, ongeacht hun capaciteit, hun eigen slib vergisten.

Uit een onderzoek uit 2022 door de Unie van Waterschappen blijkt dat een centrale aanpak de productie van groengas met een factor 2,5 kan verhogen. Deze optimalisatie ligt onder meer aan het kunnen ontwikkelen van een state-of-the-art slibvergistingsinstallatie die in de loop van de tijd nog verder kan worden geoptimaliseerd. Bovendien vallen operationele kosten (zoals voor onderhoud) lager uit vergeleken met meerdere, kleinere en veelal verouderde installaties. Daarbij geeft het groengas een mooie opbrengst voor het waterschap, en is er uiteindelijk minder en droger slib af te voeren met daarmee lagere verwerkingskosten.

Efficiënter en duurzamer

Inmiddels hebben enkele waterschappen besloten om een deel van hun slibvergisting te centraliseren. Zo brengt waterschap Vallei en Veluwe dit proces samen in CSV (Centrale SlibVergisting) Ede. Deze gaat vanaf 2027 het slib verwerken van rwzi Ede en de omliggende rwzi’s in de Regio Zuid (Veenendaal, Renkum, Woudenberg, Bennekom).

Deze centralisatie leidt tot een efficiëntere en duurzamere slibverwerking, waarbij verhoudingsgewijs meer biogas wordt opgewekt. Dit gas wordt in een gasopwaarderingsinstallatie omgezet in groengas en vervolgens ingevoed in het aardgasnetwerk. Hiermee kunnen jaarlijks 2.200 huishoudens van duurzamer gas worden voorzien. Daarnaast wordt vrijkomend CO2 veilig afgevangen en verkocht.

Schouder aan schouder

Voor het ontwerp en de bouw van CSV Ede is het waterschap in 2024 in zee gegaan met CLC Water, een samenwerking tussen ADS Groep, Nijhuis Saur Industries (niet betrokken bij dit project), Witteveen+Bos, Pannekoek GWW en Moekotte, ondersteund door Iv. Inmiddels wordt deze CSV gebouwd, en is een vergelijkbaar team voor ADS Groep gestart met het ontwerp van een nog complexere CSV in Geestmerambacht (Noord-Holland).

Het werken in een bouwteamverband heeft volgens Technisch manager Hans Smit haar vruchten afgeworpen. ‘We gaan als opdrachtgever en -nemer schouder aan schouder door het proces: vanaf het prille begin tot de oplevering. Dat zorgt voor versnelling van het ontwerpproces en verkleint de kans op vervelende verrassingen achteraf. Zo brengen we ontwerp, omgeving en realisatie in een vroegtijdig stadium bij elkaar, waardoor we eventuele obstakels eerder kunnen adresseren. Neem bijvoorbeeld het ontwerp van de silo’s voor uitgegist slib. Omdat er beperkingen zijn aan de hoogte, wordt de diameter groter. Dat heeft weer gevolgen voor het ontwerp, het transport en de bouw.’

Anticiperen in het ontwerpproces

Voor toekomstige, vergelijkbare initiatieven geeft Hans aan dat het verweven van het vergunningen- met het ontwerptraject cruciaal is om teleurstellingen achteraf te voorkomen: ‘In het ontwerpproces moeten we rekening houden met onzekerheden, bijvoorbeeld in de dimensionering van een gebouw en anticiperen op een ontwerp dat zich nog verder zal ‘opvullen’. Soms kan een keuze om een paar procent ruimer (en dus duurder) te ontwerpen slimmer zijn, om later (na vergunningsaanvraag) niet knel te komen zitten.’

Als het gaat over onzekerheden, dan zijn stikstof en netcongestie aspecten die zowel in de bouw als de bedrijfsvoering van CSV Ede meegenomen zijn. Zo is het ontwerp afgestemd op minimale NOx-emissies en is voorgesorteerd op eventuele netcongestie door slimme opties voor ‘peak shaving’.

Los van het technische proces staat het menselijke aspect bovenaan, stelt Hans. ‘Regelmatig contact is nodig voor de afstemming, maar ook voor teambuilding. Als de partners binnen het bouwteam oog hebben voor elkaar belangen, leidt dit tot een betere ‘flow’ in het ontwerpproces.’

Meer informatie

<>