Vijf vragen aan Karen van der Spek

Programmacoördinator Rotterdam Loopt

Veel mensen lopen over een plein in de stad.

Vijf vragen aan Karen van der Spek

Nieuws Gepubliceerd op {{ $filters.formatDateWithYear(1782252000000) }}

Rotterdam Loopt is een programma van de gemeente Rotterdam waarmee het bewoners wil stimuleren om vaker te lopen en ook de stad voetgangersvriendelijker wil maken, zodat de openbare ruimte echt uitnodigt om te lopen. Karen van der Spek is programmacoördinator van Rotterdam Loopt en tevens trekker van de landelijke CityDeal Ruimte voor Lopen, waarin overheden samenwerken aan innovatief voetgangersbeleid.

1. Wat houdt het programma Rotterdam Loopt in?

Rotterdam Loopt wil de voetganger een gelijkwaardige plek geven in de totale mobiliteitsaanpak. Zodat de openbare ruimte ook echt uitnodigt om te lopen. Dit sluit aan bij de STOMP-strategie, waarin eerst wordt gekeken naar stappen (lopen), daarna naar trappen (fietsen), vervolgens naar openbaar vervoer, mobiliteitsdiensten en als laatste naar de privéauto. Door lopen prioriteit te geven, blijft de stad leefbaar en toegankelijk.’

2. Welke rol speelt de Rotterdamse LoopMonitor binnen dit programma?

‘De LoopMonitor* laat zien dat lopen een zelfstandige modaliteit is. Doordat we nu ook een voetgangersnetwerk op de kaart hebben en de intensiteiten voor de hele gemeente inzichtelijk zijn, krijgt de voetganger een volwaardigere plek in het datalandschap.

De LoopMonitor is bij ons opgenomen in het verkeersvoorspelmodel. Dat is uniek, want waar auto’s en fietsers er altijd al in zaten, was de voetganger tot nu toe onbekend terrein in die modellen. Met de LoopMonitor kunnen we laten zien wat een goed netwerk is en wat er gebeurt als je barrières toevoegt of oplost.’

3. Hoe heeft het project Wegen naar Welzijn hieraan bijgedragen?

‘Binnen Wegen naar Welzijn is de data uit de Rotterdamse LoopMonitor gekoppeld aan ontwerpend onderzoek. Dit is gedaan voor drie wijken op Zuid, waarvan we weten dat vervoersongelijkheid mogelijk een rol speelt. We hebben scherper in beeld gebracht waar barrières zitten en hoe de walkability per wijk en straatsegment eruitziet.

Daarnaast is het onderzoeksteam de wijk ingegaan om met bewoners een beeld te krijgen van de lokale beleving vanuit het perspectief van de voetganger. Hierdoor ontstond een combinatie van kwantitatieve en kwalitatieve inzichten.’

4. Wat heeft deze combinatie van data en ontwerp opgeleverd?

‘De analyses zijn vertaald naar voetgangerinclusieve ontwerpprincipes voor de wijken. Deze zijn vervolgens op belangrijke plekken in de wijken toegepast. Het doel was om bewoners te voet beter toegang te geven tot nieuwe ontwikkelingen, zoals het Nelson Mandelapark en de Rijnhaven.

Tijdens het project bleek dat de waarde niet alleen in het eindrapport zit, maar juist ook in het proces. Het bracht stedenbouwkundigen, verkeerskundigen en landschapsontwerpers samen rond de vraag wat inzetten op de voetganger kan betekenen. De inzichten uit het rapport worden inmiddels gebruikt als input voor de studie naar de Stadsas en bij ontwerpen voor de rioleringsopgave in de Tarwewijk.’

‘Door het voetgangersnetwerk en de knelpunten in kaart te brengen, geef je de voetganger een volwaardige plek in plannen.’

5. Waarom wordt het voor gemeenten steeds belangrijker om lopen als volwaardige modaliteit mee te nemen?

‘Gemeenten staan voor steeds grotere ruimtelijke opgaven. Er moeten meer woningen worden gebouwd, terwijl de beschikbare ruimte beperkt is. Die verdichting kan niet volledig worden opgelost met autoverkeer. Daarom wordt het steeds belangrijker om lopen als volwaardige modaliteit mee te nemen in mobiliteitsbeleid en gebiedsontwikkeling.

Lopen is gezond, toegankelijk en inclusief. Voor veel mensen is het bovendien een noodzakelijke manier van verplaatsen, bijvoorbeeld voor ouderen of mensen met een beperking. Voor hen zijn brede stoepen, bankjes en toegankelijke oversteekplaatsen geen luxe, maar voorwaarden om mee te kunnen blijven doen in de stad.

Als je begint met loopbeleid, breng dan je voetgangersnetwerk en de knelpunten in kaart. En maak de voetganger zichtbaar door middel van data. Anders wordt de voetganger in plannen heel snel vergeten.’

*De LoopMonitor is een door Witteveen+Bos ontwikkelde tool die inzicht geeft in verwachte loopstromen binnen een gemeente. Het model voorspelt welke routes voetgangers waarschijnlijk gebruiken en hoeveel mensen zich over die routes verplaatsen.

Hierdoor ontstaat een compleet beeld van het voetgangersnetwerk. Dit helpt gemeenten om beter te begrijpen hoe mensen zich te voet door de stad bewegen en waar kansen liggen om verbindingen, bereikbaarheid en verblijfskwaliteit te verbeteren.

Meer informatie

<>