Gepubliceerd op 16 november 2022

Kunnen we laadpalen integreren met bestaande lantaarnpalen?

In Engeland is laadinfrastructuur geïntegreerd in bestaande masten van de openbare verlichting. Daardoor ontstaat minder verrommeling in de openbare ruimte en wordt er gewoon gebruikgemaakt van het bestaande netwerk. Klinkt efficiënt. Kunnen we dat ook in Nederland en België toepassen? Witteveen+Bos zocht het in samenwerking met APPM en The New Drive uit. 

Het marktonderzoek voerden we uit in opdracht van Ubitricity, onderdeel van Shell. We onderzochten de structuur en status van de openbare verlichting, en de publieke laadinfrastructuur van 15 Nederlandse en 4 Belgische gemeenten.

Haalbaarheid

Het doel van het onderzoek was om de haalbaarheid te toetsen van een nieuw, innovatief product van Ubitricity, waarmee laadinfrastructuur voor het opladen van elektrische auto’s geïntegreerd wordt in bestaande masten van de openbare verlichting. Hiermee wordt het aantal objecten in het straatbeeld geminimaliseerd en het gebruiksgemak voor de elektrische rijder vergroot.

Proces

Ubricity selecteerde 19 gemeenten voor het onderzoek. Voor elk van deze is een factsheet opgesteld waarin de opgehaalde informatie helder omschreven staat. Die informatie betreft enerzijds informatie over zowel de technische inrichting van de verlichting, zoals het aantal masten, de mastlocatie, de wijze van aansluiten op het net en de wijze van zekeren. Anderzijds gaat het om de organisatorische aspecten, zoals huidige concessies van zowel de verlichting als de laadinfrastructuur, eigenaarschap van het net en de masten en duurzaamheidsambities van de gemeenten. Hiermee heeft Ubitricity concrete handvatten om te bepalen welke gemeenten het meest kansrijk zijn om het product op de markt te brengen.

Uitkomst

Het elektriciteitsnet voor lichtmasten is in Nederland in de meeste steden specifiek uitgelegd voor de toepassing van verlichting. Dat houdt in dat er doorgaans relatief weinig vermogen (circa 1,3 kW) beschikbaar is en het enkel beschikbaar is gedurende de periode dat de verlichting aan moet staan. Laadpalen hebben een stuk meer nodig, namelijk 11 kW. Voor de rest van de tijd staat op het netwerk van lantaarnpalen meestal geen spanning. Naast het beschikbare vermogen eisen netbeheerders ook bepaalde componenten, bijvoorbeeld om slim laden mogelijk te maken, waardoor laden in bestaande lichtmasten lastig wordt. Op enkele gemeenten na, die ook niet meedoen aan een laadpalenconcessie, lijkt de toepassing van lantaarnpaalladen vooral toepasbaar op private terreinen waar andere eisen aan het netwerk worden gesteld. In België ligt dat anders. In tegenstelling tot Nederland zijn de lichtmasten daar veelal direct op het laagspanningsnet aangesloten, dat ook nog eens bovengronds loopt. Daardoor lijkt de toepassing van lantaarnpaalladen in België gemakkelijker te realiseren.