KRW: schoon water Waterschap Vechtstromen

KRW: schoon water Waterschap Vechtstromen

De kwaliteit van ons grond- en oppervlaktewater staat onder druk, onder meer door uitspoeling van fosfaten en stikstof. Vanuit de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) hebben waterschappen de opgave om deze te waarborgen, zo ook Vechtstromen. Het waterschap pakt, samen met Haskoning en Witteveen+Bos, acht rwzi’s aan om deze ‘KRW-proof’ te maken. Een forse klus die onder een strikte deadline afgerond moet worden.

De KRW is een Europese richtlijn die betrekking heeft op de kwaliteit van het oppervlaktewater en grondwater in de EU. De KRW is uitgewerkt voor alle grotere wateren in ons land en is niet uniform. Immers, de ligging en aard van het water stelt andere eisen aan waterkwaliteit. Een ven in een natuurgebied is niet te vergelijken met een kanaal. Het water moet in ieder geval een gezonde habitat vormen voor waterflora en -fauna.

Het goede nieuws is dat de waterkwaliteit in ons land de laatste decennia is verbeterd. Wel liggen er voor bepaalde regio’s nog de nodige uitdagingen, zoals voor het waterschap Vechtstromen dat haar werkgebied heeft in Gelderland, Overijssel en Drenthe.

Minder fosfaten en stikstof

Er zijn verschillende maatregelen die waterschappen kunnen nemen om de waterkwaliteit te verbeteren, zoals het verwijderen van blokkades voor vissen, het aanleggen van vistrappen, hermeanderen van beken of het herstel van natuurlijke grondwaterstromen.

Een ander deel van de opgave ligt bij de rwzi’s die aan de lat staan om hun effluent zodanig te zuiveren dat zij bijdragen aan het halen van de KRW-streefwaarden. In het geval van de KRW gaat het om fosfaten (fosfor) en stikstof. Een overschot aan deze voedingsstoffen bevorderen algengroei en zuurstoftekort wat gevolgen heeft voor de biodiversiteit in oppervlaktewateren.

Parallelle aanpak

Van de 23 waterzuiveringen die Vechtstromen beheert, moet een negental rwzi’s worden aangepast zodat hun effluent voldoet aan de streefwaarden voor hun specifieke lozingsgebied. Een zuivering, in Tubbergen, heeft het waterschap zelf aangepakt. Voor de acht andere zuiveringen, in Oldenzaal, Haaksbergen, Goor, Glanerbrug, Enschede, Hengelo, Nijverdal en Denekamp, is Vechtstromen in zee gegaan met Haskoning en Witteveen+Bos.

Het unieke van de samenwerking: voor het eerst is een KRW-opgave in een programmatische aanpak aangevlogen, waarbij de zuiveringen niet een voor een, maar in deels parallelle sporen worden ontworpen, aangepast en gerealiseerd. Haast is geboden, gezien de KRW-deadline (1 januari 2028). Bovendien hebben de zuiveringen een identieke opgave, namelijk het terugdringen van de eerdergenoemde voedingsstoffen.

Loslaten van traditionele rolverdeling

Binnen het programma werken de drie partijen niet vanuit de traditionele opdrachtgever-opdrachtnemerrol, maar is gekozen voor integraal programmateam dat zorgt voor sturing op programmaniveau.

Op projectniveau wordt per zuivering gewerkt met een apart ontwerpteam vanuit de ingenieursbureaus en een centraal reviewteam van het waterschap dat de (tussen)producten beoordeelt. Hierin zijn alle geledingen van het waterschap vertegenwoordigd, zodat er een integrale beoordeling plaatsvindt. Zo werken deze partijen gezamenlijk naar een Voor Ontwerp (VO) en uiteindelijk naar een Definitief Ontwerp (DO) voor elke zuivering. Vanaf de DO-fase zijn per projectlocatie de aannemers ingestroomd via een bouwteamconstructie.

Het uitgangspunt van deze samenwerking is dat de zuiveringen vergelijkbare uitdagingen hebben. Voor alle locaties moet de bestaande zuivering worden aangepast, vier zuiveringen worden aanvullend uitgerust met zandfilters en twee met doekenfilters. In de VO-fase worden deze elementen in standaard bouwblokken vervat die in de DO-fase op de locaties nader worden uitgewerkt.

Ruimte en vertrouwen

Inmiddels hebben de partijen de nodige ervaring opgedaan met deze werkwijze. Het werken met verschillende parallelle teams vereist regelmatig overleg/afstemming en een flexibele opstelling van alle partijen. De standaardisatie van bepaalde bouwblokken kost aanvankelijk meer tijd, maar leidt later in het proces tot tijdwinst.

Een goed geoutilleerde projectomgeving voor gelijktijdige samenwerking (zowel een fysieke samenwerklocatie als een gedeelde digitale werkomgeving) is een absolute voorwaarde om een dergelijke complexe klus te klaren, maar is uiteindelijk niet afdoende. Het draait om partnership en vertrouwen op elkaars expertise, waardoor alle partijen de ruimte krijgen om meerwaarde te bieden.

Inmiddels zijn begin dit jaar de DO’s van de rwzi’s in Hengelo (Overijssel), Goor en Denekamp opgeleverd en de eerste bouwwerkzaamheden gestart. Uiterlijk 1 januari 2028 moeten alle zuiveringen operationeel zijn.

Een goed begin is het halve werk

‘De programmatische aanpak waarbij we onder meer werken met standaard bouwblokken, kost aanvankelijk meer tijd dan een maataanpak voor elke zuivering. Later in het proces boeken we juist tijdwinst’, aldus Jeroen Ensink op Reimer, die vanuit Waterschap Vechtstromen in verschillende rollen (onder meer kernteamlid) betrokken is bij het programma.

Hiervoor zijn diverse bouwblokken ontwikkeld, zoals voor het slibindikgebouw, doeken- en zandfilter en voor methanolopslag. ‘We hebben verschillende disciplines binnen het waterschap betrokken en vervolgens de blokken in de VO-fase samen uitgewerkt. In de DO-fase volgt de detaillering en aanpassing per locatie.’

Inmiddels kwam een van de bouwblokken ook van pas voor een zuivering die niet in het programma is meegenomen. ‘Dat is een mooie bijvangst. Het scheelt tijd en moeite als de blokken breder worden uitgerold. Het schept duidelijkheid in de organisatie en we hoeven niet elke keer het wiel opnieuw uit te vinden.’

Meer informatie

<>