Gepubliceerd op 21 februari 2019

A6 Almere Buiten-Oost - Lelystad: Duurzaamheid in de uitvraag als uitdaging

Rijkswaterstaat (RWS) onderzoekt hoe de capaciteit van de A6 tussen Almere Buiten-Oost en Lelystad vergroot kan worden. Het vastgestelde voorkeursalternatief gaat uit van een uitbreiding van twee naar drie rijstroken per rijrichting. Het RWS-projectteam van A6 Lelystad heeft de opdracht om een Tracébesluit te maken inclusief een ruimtelijke reservering voor duurzaamheidsinitiatieven. Maar hoe zet je duurzaamheid in de uitvraag? Hoe zorg je voor een duurzame aanpak en is dit heel anders dan de normale manier van werken? We vragen het Jan Kolvoort, planstudiemanager RWS, Willem Maris, projectleider van Witteveen+Bos, Frank Hoekemeijer, adviseur duurzaamheid RWS en Rob Dijcker, adviseur duurzaamheid Witteveen+Bos.

Op dit moment focust het team zich op de vertaling van de duurzaamheidskansen in ruimtelijke consequenties. In opdracht van datzelfde RWS-projectteam stelt het ingenieursbureau Witteveen+Bos daarvoor het Tracébesluit en de milieueffectrapportage (MER) op. RWS heeft voor dit project een hoge duurzaamheidsambitie. Deze is vertaald naar een uitvraag aan de ingenieursbureaus, die door Witteveen+Bos is gewonnen.

Ambitie

RWS heeft een hoge duurzaamheidsambitie in dit project. Kolvoort: “We borduren voort op projecten als A6 Almere en InnovA58. Ook zij hebben stappen gezet op weg naar een zo duurzaam mogelijke snelweg. Wij willen weer een volgende stap zetten. En na ons zijn er ongetwijfeld weer  andere projectteams die ook weer een stapje verder kunnen en mogen gaan. Daarom willen wij graag onze kennis en ervaringen actief delen.” Hoekemeijer: “Toen wij aan dit project begonnen ben ik rond gaan vragen naar goede voorbeelden van hoe duurzaamheid is uitgevraagd voor planstudies. Daaruit kwam eigenlijk alleen de A58 naar voren, waar duurzaamheid als parallel proces was uitgevraagd. Ik wilde duurzaamheid juist als integraal onderdeel van de reguliere aanpak uitvragen. Voor de A6 Lelystad hebben wij de ‘aanpak duurzaam grond-, weg- en waterbouw’ (GWW) als te volgen stappenplan voor het wegontwerpproces uitgevraagd. Dit is een breed geaccepteerde werkwijze die door opdrachtnemers en opdrachtgevers in de GWW-sector is afgesproken.”

Duurzaamheid

Binnen het project A6 Almere Buiten- Oost - Lelystad werkt RWS aan het aanpakken van de verkeersdruk. Daarnaast is duurzaamheid een projectdoelstelling voor de A6 Lelystad. Voor het ontwerp heeft RWS duurzaamheid geïntegreerd in de uitvraag. Hoekemeijer: “Het is niet alleen opgedragen door het ministerie, wat voortkomt uit de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs, maar RWS is ook intrinsiek gemotiveerd om de CO2-uitstoot te reduceren en energie te besparen. RWS wil graag bijdragen aan duurzaamheid. Binnen het project verkennen wij wat er aan duurzame en innovatieve oplossingen mogelijk is. Dat doen we samen met omgevingspartijen. In breed opgezette sessies halen wij ideeën op over deze thema’s.” Ook Witteveen+Bos doet onderzoek naar een zo duurzaam mogelijk ontwerp. Hoekemeijer: “Je moet open-minded blijven. Als je van tevoren al een grens vastlegt, dan beperk je jezelf teveel. Het is wel een uitdaging om open-minded te blijven. Je bent met een onderzoek, verkenning en planuitwerking bezig, waarin je vooraf geen beperkingen wil opleggen. Grenzen ga je in de planuitwerking bepalen. Pas aan het einde, als we echt een besluit moeten nemen, bepalen we of het nou wel of niet kan en gaan we de discussie aan.”

Duurzaamheid wordt als integraal onderdeel van de reguliere aanpak uitgevraagd

Willem Maris, projectleider van Witteveen+Bos

De uitvraag

Het ingenieursbureau Witteveen+Bos maakt het ontwerp, voert de onderzoeken uit en stelt de documenten op. Zij geven daarmee invulling aan de projectdoelstellingen. Maris: “Wij hebben als Witteveen+Bos de VN-duurzame ontwikkelingsdoelen vertaald naar zeven duurzame ontwerpprincipes. Die leidraad hanteren wij in al onze ontwerpen en opdrachten en dat werken we per project specifiek uit. Het is belangrijk dat de projectdoelstellingen vertaald worden naar de werkwijze en het resultaat dat Witteveen+Bos levert. Met duurzaamheid in de uitvraag wordt er niet alleen rekening gehouden in de offerte, maar is er ook focus op het behalen van de doelstellingen. Het is een noodzakelijke eis om een concrete invulling te geven aan de duurzaamheidsdoelstelling. Het zorgt er voor dat de werkwijze van Witteveen+Bos net iets anders is dan bij vorige projecten. RWS schrijft de duurzaam GWW-methode voor en die is algemeen geaccepteerd en breed toepasbaar. Deze methode borgt dat de juiste stappen worden gezet en de kennis die is ontwikkeld ook wordt toepast. Een werkwijze die door opdrachtnemers en opdrachtgevers in de GWW-sector is overeengekomen. De werkwijze ontwikkelt zich, maar er blijft wel ruimte voor een eigen invulling.” Volgens Witteveen+Bos was duurzaamheid in deze uitvraag extra goed vastgelegd. RWS heeft niet alleen de projectdoelstellingen vastgelegd, maar ook de proceseisen en de producteisen. Maris: “Die dekking zit er van twee kanten in. Er was goed nagedacht over hoe je duurzaamheid in een uitvraag zekert.”

Planning

Dat het nog niet helemaal op rolletjes loopt, blijkt uit de planning. Daar loopt RWS nu tegenaan. Hoekemeijer: “Wij hebben een aantal producten uitgevraagd, maar niet voorgeschreven welke producten wanneer in het proces terug moeten komen. Nu is er discussie over wanneer wij inzicht krijgen in de productontwikkeling. Daar zijn nu nadere afspraken over gemaakt, maar dat nemen we voor de volgende keer wel mee. Die producten leveren input voor de ontwerpkeuzes die wij moeten maken. Nu zou Witteveen+Bos nog de mogelijkheid hebben om eerst de ontwerpkeuzes te maken en dan pas het rapport op te leveren. En dan heb je er niks meer aan.” Een leermoment voor RWS en Witteveen+Bos. Er is een gesprek geweest waarin RWS haar behoefte aangaf. Vervolgens denkt Witteveen+Bos na over hoe ze daar toch invulling aan kunnen geven, ook al staat het niet in de uitvraag.

Maatwerk

Maris: “Met duurzaamheid in de uitvraag volg je een proces, een bepaalde methode. Daarin staan de stappen beschreven die Witteveen+Bos moet volgen. Dat is een vastgelegde route die we samen bewandelen. In die stappen kun je maatwerk leveren. Je hebt keuze in partijen die je uitnodigt. Qua inhoud is de variatie bijna oneindig. Elk idee dat bijdraagt aan een duurzame snelweg, kan een goed idee zijn.” Vandaar dat het proces ook strak geregeld is. Kwaliteit is daardoor voor Witteveen+Bos makkelijker op een hoger niveau te trekken. Maris: “Je weet dat er waardering voor is. Zo wordt Witteveen+Bos wel extra uitgedaagd.”

Het best haalbare besluit is een goed besluit, ook als het niet 100% duurzaam is

Rob Dijcker, adviseur duurzaamheid Witteveen+Bos

Proces versus inhoud

Er zijn procesafspraken gemaakt in de uitvraag. Welke stappen worden doorlopen en wanneer wordt welke informatie verstrekt? Hoekemeijer: “We moeten een goede analyse doen met elkaar. Er wordt te vaak naar de inhoud gekeken en te weinig naar de organisatie, naar hoe je het aanpakt. Als je eenmaal op het juiste moment de juiste informatie betrekt en daar een integraal besluit over neemt, dan is het een goed besluit. Dat besluit hoeft niet altijd 100% duurzaam te zijn, maar kan ook 10% duurzaam zijn. Dan is het nog steeds het beste dat je er op dat moment uit kon halen.” Dijcker: “Vanwege het belang van het proces en de hoge duurzaamheidambitie hebben wij ook besloten om een adviseur duurzaamheid in het projectteam op te nemen, juist om de integrale afweging in het ontwerpproces extra te faciliteren en te borgen.”

Ambities van stakeholders

RWS heeft een dubbele doelstelling binnen het project A6 Lelystad. Hoekemeijer: “In de uitvraag gaat het vooral over een zo duurzaam mogelijk wegontwerpproces, volgens de aanpak duurzaam GWW. Daarnaast hebben wij nog een doelstelling: zo veel mogelijk ruimte bieden aan ambities en initiatieven van omgevingspartijen. Als team willen wij samen met de omgeving de meest duurzame snelweg van Nederland realiseren. Wij willen een extra stap zetten ten opzichte van projecten als de A6 Almere en InnovA58, die ook een hele hoge duurzaamheidsambitie hebben. In de omgeving zijn veel andere projecten en initiatieven bezig met duurzaamheidskansen. Hierin willen we  samenwerken en de omgevingspartijen de kans geven om hun wensen en initiatieven mogelijk te maken.” Kolvoort: “Door nu al intensief met stakeholders te praten, kunnen we met elkaar verkennen hoe we kansen voor hun ambities kunnen combineren. Hierdoor kunnen wij in de ruimtelijke procedure voorkomen dat wij te beperkende kaders stellen. Daarnaast willen we in gezamenlijkheid onderzoeken hoe we kansen kunnen koppelen en zaken slimmer kunnen oppakken. Dit is ook in de geest van de nieuwe omgevingswet, waarin gebiedsgericht werken centraler komt te staan. De wensen en initiatieven moeten via het reguliere klant-eisenproces dat wordt gehanteerd binnen onze omgevingsmanagement-aanpak landen in het Wegontwerp en het Landschapsplan en tenslotte onderdeel worden van het OTB en het TB.”

Participatie

Door gebiedsgericht werken creëer je een vorm van participatie. Mensen voelen zich betrokken bij het proces, je creëert draagvlak en het heeft invloed op het ontwerpproces. Kolvoort: “Hoe eerder je stakeholders in de omgeving meeneemt in een participatietraject, hoe groter je draagvlak wordt en hoe minder discussies je aan het eind van het project hebt. Die voer je namelijk al eerder. Tegenstand hoor je toch graag aan het begin en niet aan het einde van het proces. Hoe eerder je met het participatietraject begint, hoe meer kans je hebt om er met goede gesprekken samen uit te komen.” Naast het participatietraject zijn er vier duurzaamheidssessies georganiseerd met de omgevingspartijen, om zo wensen en initiatieven op het gebied van duurzaamheid inzichtelijk te maken en om zoveel mogelijk samen te kunnen werken. Hoekemeijer: “Voor de duurzaamheidssessies hebben wij gericht personen van de omgevingspartijen uitgenodigd, aangevuld met externe experts en collega’s van Rijkswaterstaat. Dit zijn de zes thema’s waarop men kansen en ideeën kon inbrengen tijdens de duurzaamheidssessies:

  • Energie
  • Klimaat en water
  • Circulaire economie
  • Smart mobility
  • Natuur, landschap en ruimte
  • Leefbaarheid en gezondheid

 

Tijdens twee werksessies in mei en juni is bij de thematafels een behoorlijk aantal concrete kansen opgehaald. Deze hebben wij opgenomen in een Kansenwaaier. Wij hebben van veel organisaties positieve feedback ontvangen op dit tussenresultaat.” Het vervolgtraject is het bepalen van de impact van de kansen op enerzijds het wegontwerp en het ruimtebeslag van het Tracébesluit en anderzijds de impact op het contract voor de realisatie van de wegverbreding. Hiermee wordt inzichtelijk gemaakt wat er voor nodig is om de kansen daadwerkelijk te kunnen opnemen. Kolvoort: “Door in het stadium van de planstudie al met elkaar de participatie in te zetten en kansen en ambities te verkennen heb je een grotere kans dat een project in goede harmonie verloopt.” Om te bepalen of ideeën en wensen uit het participatietraject daadwerkelijk haalbaar zijn, zitten er op verschillende tijdstippen in het proces toetsmomenten. Kolvoort: “We zijn in dit stadium op zoek naar de ruimtelijke consequenties van de duurzaamheidskansen. Die moeten een plek krijgen in het Tracébesluit en het ontwerpproces. Er zijn ook ideeën geopperd op het gebied van duurzaamheid en innovatieve oplossingen die pas invloed hebben in het realisatiecontract, zoals bepaalde werkwijzen of materialisatie van zaken of zelfs over de inrichting. Wij streven ernaar om die beslissingen te nemen op het moment dat het moet. Niet heel veel eerder, maar zeker niet later.”

Ambities vasthouden

Het projectteam van A6 Lelystad heeft de opdracht om een Tracébesluit te maken inclusief een ruimtelijke reservering voor duurzaamheidsinitiatieven. Op dit moment focust het team zich op de vertaling van de duurzaamheidskansen in ruimtelijke consequenties. Hoekemeijer: “We denken uiteraard nu al na over de volgende fase, door bijvoorbeeld een overdrachtsdocument uit te vragen. Dat is onderdeel van de aanpak duurzaam GWW. Daarin borg je dat je alles vastlegt wat we in de planuitwerking hebben uitgezocht en besloten. Aan het einde, als we een vastgesteld Tracébesluit hebben, kun je de balans opmaken: wat waren aan het begin de doelstellingen, welke besluiten hebben we in de tussentijd genomen en waar staan we nu aan het einde? Dat geven we mee aan de volgende fase, de contract- en realisatiefase. In de overdracht borgen we de ambitie en de besluiten, zodat het ambitieniveau hoog blijft.”

Deel dit artikel