• 10 % van onze vraag naar elektriciteit kunnen we uit water halen

  • Op korte termijn 2030 is er een gezamenlijk maatschappelijk winbaar potentieel van circa 2 %

  • innovatiekansen hebben een technisch potentieel van circa 9 % voor 2050

Published on 28 October 2019

Rapport ‘Perspectieven elektriciteit uit water’ aangeboden

 
Zon-PV op meren, waterkracht en slim malen hebben meeste potentieel voor 2030

Nederland, waterland. Maar ook op het gebied van duurzame energie uit water? Binnen de watersector zijn er de afgelopen jaren verschillende initiatieven ontplooid voor de winning van elektriciteit uit water. Initiatieven die een bijdrage kunnen leveren aan een grotere leveringszekerheid van elektriciteit. Veel van deze technieken hebben een innovatief karakter en worden nog niet op grote schaal in Nederland toegepast. Witteveen+Bos en CE Delft hebben in het rapport ‘perspectieven elektriciteit uit water’ in opdracht van STOWA, Rijkswaterstaat en IenW in kaart gebracht wat de potentie is van duurzame energie uit water voor de toekomstige energievoorziening en de effecten hiervan op het watersysteem.

Conform het klimaatakkoord moet in 2030 70 % van de elektriciteit worden opgewekt uit duurzame bronnen. In 2050 moet dat zelfs 100 % zijn. Dit vergt veel maatregelen om de levering van elektriciteit betrouwbaar te houden. Uit de studie blijkt dat energie uit water daar een aanvullende oplossing biedt. Een ruime 10 % van onze vraag naar elektriciteit kunnen we uit water halen. Een bescheiden, maar relevant percentage.

Korte termijn kansen

De technieken die direct ingezet kunnen worden en een noemenswaardige bijdrage kunnen leveren aan de doelstellingen voor duurzame elektriciteitsopwekking en -opslag 2030 zijn:

  • Zon-pv op meren;
  • Waterkracht bij sturen bij grote rivieren;
  • Waterkracht bij stuwen bij beken en waterlopen;
  • Flexibiliteit door slim malen.

Deze 4 hebben voor 2030 een gezamenlijk maatschappelijk winbaar potentieel van circa 2 % van de landelijke elektriciteitsvraag.

 

Innovatiekansen

Een aantal technieken zijn potentieel interessant maar behoeven tot 2030 vooral opschaling, met bijvoorbeeld pilots, om verdere techniek- en/of prijsontwikkeling te stimuleren. Samen hebben zij een technisch potentieel van circa 9 % van de landelijke elektriciteitsvraag. Het betreft:

  • Energie uit zoet-zout verschillen;
  • Getijdenenergie met verval bij waterkeringen;
  • Getijdenenergie met stroming;
  • Golfenergie;
  • Zon-PV op zee;
  • Flexibiliteit door conversie naar groene waterstof.

 

De studie, in opdracht van de waterbeherende overheden, biedt tevens een gedegen vertrekpunt voor de routekaart ‘Elektrische energie uit water’, die minister Wiebes op verzoek van de Tweede Kamer heeft toegezegd. Waterschappen en Rijkswaterstaat kunnen een impuls geven aan het ontwikkelen van dit potentieel door het faciliteren van pilots, door samenwerkingen te zoeken en door op het juiste niveau overwegingen en dilemma’s aan te kaarten. De routekaart kan samen met de energiesector, watersector, kennisinstellingen en bedrijven leiden tot een investerings- en innovatieagenda.

Share this page